Rik Van Steenbergen (Arendonk, 9 september 1924 – Antwerpen, 15 mei 2003) was een Belgische wielrenner in de jaren '40, '50 en '60.
Rik Van Steenbergen: De haat-liefdeverhouding van Rik I
Aan interviews heeft Rik Van Steenbergen een broertje dood. "Ik kijk wel uit met journalisten", zegt hij. "Ik ben indertijd genoeg gepakt geweest door dat mensenras." Eens het ijs gebroken, is van enige reserve echter niet veel meer te merken. Van Steenbergen is recht voor de raap, bakt geen platte broodjes, windt er geen doekjes om, kokhalst van kompromissen. Kennismaking met de valkuilen van het leven heeft hem hard en maar ook autentiek gemaakt. Zo wil hij rond de Ronde van Vlaanderen geen tierlantijntjes verkopen. "Het was eigenlijk mijn wedstrijd niet", zegt Rik onomwonden.
Een opmerkelijke uitspraak. Want de eerste twee Rondes die Van Steenbergen reed won hij meteen. Tussen renner en wedstrijd verwacht je dan meteen een band die nooit meer stuk kan. "Mis", zegt Van Steenbergen. "Er is steeds een soort haat-liefde verhouding geweest tussen mij en de Ronde van Vlaanderen. Toen ik in 1943 als prof debuteerde mocht ik niet eens deelnemen aan de Ronde. Er waren toen drie rennerskategorie&etrema;n. Wegrenners A, wegrenners B en pistiers. Ik stond bij de bond als pistier ingeschreven. In het nationale kampioenschap op de weg van 1943 mocht ik dan ook eerst niet starten. Op woensdag kreeg manager Van Buggenhout het voor elkaar dat ik op zondag dan toch het NK mocht rijden. Ik won en werd daardoor A-renner. Dus kon ik het jaar erop starten in de Ronde van Vlaanderen."
Van Steenbergen bleek ook daarin onklopbaar, als negentienjarige nota bene. "Ik zal daarmee wel altijd de jongste winnaar van de Ronde blijven zeker", zegt hij. "Ik weet nog dat bij het binnenrijden van het park in Gent enkele renners in de kopgroep op het grintpad neergingen. Ik kwam daardoor aan de leiding 't Kuipke binnen en won, voor Schotte geloof ik." Verbazing toen Van Steenbergen de daaropvolgende Ronde van Vlaanderen links liet liggen. "Ik kon waarschijnlijk elders wat geld verdienen", lacht hij. "Kijk, de Ronde van toen was qua uitstraling niet de Ronde van nu, zeker niet op internationaal vlak. Na de Tweede Wereldoorlog moest de Ronde zich weer waarmaken. De wedstrijd was toen niet het monument dat het later is geworden. Bovendien ben ik een Kempenaar. In de oostelijke provincies van Vlaanderen tikt de Ronde toch iets minder aan dan in Oost- en West-Vlaanderen. De sfeer in die koers lag me niet echt. Ik had het veel meer begrepen op Parijs-Roubaix. En op het wereldkampioenschap, dat ik geen drie keer maar zes keer had moeten winnen. De Ronde had ik trouwens ook twee keer meer moeten winnen. Maar de motivatie was er nooit echt.
De prachtprestatie van 1946
Van Steenbergen won de Ronde van Vlaanderen inderdaad 'slechts' twee keer. De manier waarop hij bij zijn tweede overwinning in 1946 dolde met de tegenstand liet nochtans veronderstellen dat hij nog jaren de scepter zou zwaaien in deze wedstrijd. "Het was inderdaad één van mijn grootste prestaties ooit", zegt Rik I. Ik deed wat ik wilde, ik ranselde op een drafje het veld uit elkaar. Tijdens de finale duldde ik nog Schotte en Thiétard naast mij. Zij waren blij dat ze konden volgen. We maakten een afspraak. Ik zei dat ze meemochten tot in Kwatrecht. Als zij naar best vermogen hielpen, zou ik hen pas daar losrijden. Ze waren daar tevreden mee. Ze moesten wel. Onder de brug van Kwatrecht heb ik ze dan van me afgeschud.." Twee deelnemingen, twee keer winst. Maar de daaropvolgende jaren zag Van Steenbergen nog nauwelijks brood in de Ronde. "In het voorjaar was er ook steeds de konkurrentie met de piste", zegt hij. "Bepaalde jaren heb ik meer geld verdiend op de wielerbaan dan op de weg. En ook de weersomstandigheden waren in de Ronde van Vlaanderen niet steeds aan mij besteed." Pas in 1951 verscheen Van Steenbergen weer aan de start van de Ronde van Vlaanderen. Hij zette er midden een apocalyptisch decor een lofwaardige prestatie neer. In de Ronde waarin Fiorenzo Magni voor een historische stunt zorgde werd hij zesde en eerste Belg. "Ik weet nog steeds niet wat me toen dreef om midden dat schandalige weer verder te fietsen", mijmert Van Steenbergen. "Ik moet het gezien hebben als training op Parijs-Roubaix denk ik. In Geraardsbergen was ik nochtans al veranderd in een ijsklomp. Het hele veld lag uit elkaar. Als spoken doolden we over de wegen, druipnat, versteven van de kou. Tegen het 'zwaantje' dat mij begeleidde zei ik op een gegeven ogenblik dat ik even ging stoppen om te wachten op Impanis die achter mij kwam. Maar ik blééf wachten. Ook Raymond geraakte blijkbaar niet meer vooruit. Ik ben toen maar alleen naar Wetteren gesukkeld. "
De slagbomen van Wichelen
In 1952 was Van Steenbergen favoriet, maar om één of andere reden zag hij er dat jaar weer geen gat meer in. In Viane gaf hij op. In 1953 idem dito. In 1954 had hij voordien Milaan - San Remo gewonnen en kon de Ronde hem dus gestolen worden. Maar het jaar daarop vloog hij plots weer. Met Bobet, Koblet en Gauthier snelde hij zegezeker naar Wetteren. "Ik was de rapste van de vier, ik kon dit nooit verliezen", zegt Rik I. "In Wichelen sloeg de spoorwegovergang echter dicht", zegt hij. "Bobet kroop over de slagbomen, zo ook Koblet en Gauthier. In Belgi&etrema; was zoiets verboden, dus ik talmde wat. Maar uiteindelijk had ik geen keuze meer. Ook ik klom over de slagbomen. Iets later kwam BWB-kommissaris Van Kerckhove met zijn dikke 'moustache' me vertellen dat ik gedeklasseerd zou worden. Dat deed lood in mijn benen slaan. In de spurt, die ik nooit had mogen verliezen, werd ik slechts derde. Een vreselijke ontgoocheling was dat. " Ook in 1956 stond Van Steenbergen dicht bij de overwinning. Maar opnieuw was er een externe faktor die hem de das omdeed. "Die faktor luisterde naar de naam Close", meesmuilt Rik. "Een ploegmaat van mij toen bij Elve. Ik had De Bruyne gepakt en ging in Wetteren zelf meteen fors door. Het gat was er. Maar het werd dichtgereden door Close. Maar goed, het ploegensysteem was nog niet wat het nu is, iedereen reed nog veel meer voor zijn eigen rekening. Maar zonder Close had ik wellicht gewonnen spel." Volgens Van Steenbergen is de moderne Ronde van Vlaanderen lastiger, nerveuzer dan vroeger. "In mijn tijd was de wedstrijdsituatie veel overzichtelijker", zegt hij. "Tijdens de eerste wedstrijdhelft, met de meestal winderige tocht naar en langsheen de kust, werd het kaf al van het koren gescheiden. De beteren vochten het dan man tegen man uit in de bergzone. Nu is de hele toestand veel complexer. je moet als renner ook en vooral goed uit je doppen kunnen kijken." Van Steenbergen is sinds jaren ingenomen met Eric Vanderaerden, die hij van in de jeugdkategorie&etrema;n al met veel aandacht volgt. "Zijn overwinning in de Ronde van 1985 was toch grote klasse", zegt Rik I. "Ik geloof trouwens nog steeds in hem. "

