Sinds gisteren weten we met grote zekerheid dat we in onze loopbaan nooit meer in de Ronde zullen beleven
wat we in deze van '69 beleefden. We hebben Eddy liefgehad, zoals nooit een winnaar voordien. Het staat ons voor
dat we hem ter aankomst zelfs hebben omhelsd.
Pathetische lofwoorden van wijlen Nieuwsblad-verslaggever Willem
Van Wijnendaele aan het adres van Eddy Merckx.
"Ik vermoed dat de opluchting bij de organizatoren van de Ronde van Vlaanderen toen nog groter was dan bij mij",
grinnikt Merckx. "Ik was aan mijn vijfde profjaar toe. Zowat alle andere topklassiekers had ik al eens gewonnen.
Van Wijnendaele en co begonnen te wanhopen dat ze mijn naam ooit nog op het Ronde-palmares
zouden krijgen."
De kannibaal van de wielergeschiedenis, met zijn erelijst zonder weerga, haalde twee keer het palmares van de Ronde. 'Slechts' twee keer, zou je kunnen stellen, als je vergelijkt met zijn zeven overwinningen in Milaan - San Remo, zijn vijf suksessen in Luik-Bastenaken-Luik en zijn drie zeges in Parijs-Roubaix. "Voor eigen publiek werd ik altijd extra gevizeerd", aldus Merckx. "In de Ronde was de tegenstand ook talrijker en sterker dan bijvoorbeeld in Milaan - San Remo. Dank zij mijn pistebedrijvigheid in de winter had ik voor de Primavera enige konditievoorsprong op de konkurrentie. Tegen dat de Ronde van Vlaanderen er aan kwam hadden mijn rivalen die achterstand goed gemaakt."
Won Merckx 'maar' twee keer de Ronde, dan waren het wél twee overwinningen van topformaat. Zowel in 1969 als in 1975 voerde de beste wielrenner aller tijden nummertjes op die nog steeds tot de verbeelding spreken. In '69 begon hij, met nog zeventig kilometer te gaan, aan een onmogelijk gewaande solo. Hij rondde zijn stunt af met meer dan vijf minuten voorsprong op Felice Gimondi en ruim acht minuten op de rest van een murw gereden elite.
"Het was typisch Ronde-weer, koud en regenachtig", weet Merckx nog. "Reeds voor de Kwaremont was de kop van het peleton uitgedund tot 22 man. Alle toonaangevers zowat. Op de weg van Ninove naar Nederbrakel kregen we de wind pal op kop. De rest begon zich te verschuilen in mijn spoor. Als ik toch al het kopwerk moet doen kan ik net zo goed alleen rijden, flitste het door mijn hoofd. Ik demarreerde. Lomme Driessens, toen mijn ploegleider, kwam mij direkt tot de orde roepen. (Grijnzend nagenietend) Je had hem moeten horen: "Wat steekt ge nu weeral uit? Zijt ge zot geworden?" Tot zijn grote ergernis negeerde ik zijn bevelen. Het boterde toch al niet te best meer tussen ons. Aan de aankomst, na mijn overwinning, legde hij de pers wel in geuren en kleuren zijn taktisch koersdoorzicht uit. Typisch Lomme, hé."
Eddy Merckx wil anno 1990 nog altijd niet gezegd krijgen dat zijn aanvalsaktie van '69 té impulsief en té
overmoedig was. "Ik deed wat ik moest doen", zweert hij; "Ten eerste was er de gedrevenheid om te winnen. Ik wou gewoon zeker
spelen. Een valpartij, pech: het is vlug gebeurd. Ten tweede deed het er weinig toe of ik nu alleen fietste of aan de kop van een groepje.
Ik moest toch al het werk doen. Ik wou de verzamelde Italiaanse elite, met Gimondi, Bitossi, Dancelli en de razendsnelle Basso niet tot aan
de streep op sleeptouw nemen om daar netjes in de spurt geklopt te worden. Tenslotte was er de aard van het toenmalige parkoers. De taaiste
hindernissen waren voorbij. Er restte me geen zware helling meer om in volle finale de konkurrentie los te gooien. Wie zegt dat ik Gimondi
en co op dertig kilometer van de finish nog had kunnen verrassen?"
In 1975 kelderde Merckx de profetische uitspraak van Willem Van Wijnendaele als zou hij in '69 de grootste Ronde-stunt ooit gelukt hebben. Die keer hapte 'de Kannibaal' reeds toe op de Oude Kwaremont, 104 kilometer voor aankomstplaats Meerbeke. Alleen Frans Verbeeck kon zich in het zog van een ontketende Merckx vastbijten. Vroege vluchter Dirk Baert werd bij de kraag gevat en meteen ter plekke gelaten. Op zes kilometer van de finish moest ook Verbeeck eraan geloven. Tijdens de plaatselijke omloop werden verschillende renners 'schandelijk' door Merckx gedubbeld. Voor de BRT-mikrofoon van Fred Debruyne deed Frans Verbeeck toen zijn historische uitspraak: " Fred jong, hij rijdt vijf kilometer per uur te rap voor ons."
"Ik hoor Frans nog zuchten en vloeken", glundert Merckx na. "In het begin van de ontsnapping nam hij nu
en dan nog een deel van het werk op zijn schouders. Daarna was het afgelopen. Met zijn kommentaar achteraf had Verbeeck niet eens helemaal
ongelijk. In een klassieker reed ik wellicht nooit sneller dan in die Ronde van Vlaanderen. Op sportief vlak was het de grootste fysieke
prestatie die ik in een eendagskoers heb neergezet. Ik was ondertussen dertig geworden. Mijn 'tweede jeugd' leek begonnen. Jammer genoeg is
die van erg korte duur geweest. Enkele weken later liep ik een zware keelontsteking op. Ik moest forfait geven voor de Giro. Ik startte
verzwakt in de Tour en kwam daar op de koop toe zwaar ten val. Achteraf bleek dat ik mononucleose had. Door aanslepende gezondsheidsperikelen
heb ik nooit meer mijn vroegere topniveau gehaald."
Naast zijn twee exploten in de Ronde van Vlaanderen reed Eddy Merckx ook tien 'gewone' edities. "In mijn debuut-Ronde in '66 kwam ik zwaar ten val", vertelt hij. "In Kerkhove gleed ik met mijn voorwiel tussen de voegen van het betonnen wegdek. Ik was vreselijk toegetakeld, schaafwonden van kop tot teen. Ik werd met een ziekenwagen afgevoerd."
"Het jaar daarop was ik de sterkste man van de wedstrijd. Ik miste echter nog wat ervaring en koersdoorzicht. Ik had in de finale domme inspanningen geleverd. Oude rat Foré had rustig de kat uit de boom gekeken, net als de Italianen Gimondi en Zandegu. Toen laatstgenoemde in de slotkilometers demarreerde wipte Foré mee. Ik zat in de tang van Gimondi en Zandegu's andere ploegmaats. Zandegu klopte Foré in de spurt."
Van de Ronde van '68, waarin hij negende werd, herinnert Merckx zich enkel dat Rik Van Looy de hele wedstrijd door in zijn wiel had gezeten. "Een koers in het teken van de machtsoverdracht van de oude naar de nieuwe patron", merkten de kranten op.
In 1970 won Eric Leman voor Godefroot en Merckx. "Geen excuses", zegt Eddy. "Ik probeerde in de finale verschillende keren weg te geraken, maar Godefroot kwam me telkens halen. En in de spurt was Eric Leman vreselijk rap. Het jaar daarop was het een erg saaie Ronde. Het weer was veel te mooi. Ik reed niet sterk genoeg om zelf een selektie door te voeren. Maar ik gunde de rechtstreekse konkurrenten evenmin cadeautjes. Onze Faemino-ploeg legde de koers lam. Enkele outsiders konden daarvan profiteren. Dolman won voor Kerremans. Ik werd anoniem 76ste."
In 1972 startte ik met rugpijn, naweeën van een val in Parijs-Nice. Ik moest te voet de Muur op. Ik finishte als zevende. In 1973 had ik evenmin een uitzonderlijke dag. De hele dag reed Willy De Geest op mijn wiel. (Gnuivend) Een bevel van zijn ploegleider Lomme Driessens. In een spurt met vier werd ik netjes geklopt door, alweer, Eric Leman. Freddy Maertens was tweede, ik derde. En in '74, toen ik vierde eindigde, was ik door ziekte konditioneel niet op peil."
Na zijn tweede Ronde-stunt in '75 kwam Merckx nog twee keer aan de start. "In '76 stond voor het eerst de Koppenberg op het programma. Ik had problemen met het versnellingsapparaat. Ik moest te voet naar boven. Ondertussen was het vijftal De Vlaeminck - Maertens - Moser - Demeyer - Walter Planckaert ontsnapt. Geen gewone jongens, toch. En die zaten nog met de 'vernedering' van het jaar voordien in hun achterhoofd. Ik zette een verwoede achtervolging in. Tevergeefs."
"Mijn laatste Ronde-optreden in 1977 was tekenend voor mijn 'oude dag'. Half koers zette ik de boel op stelten. Ik kwam alleen boven op de Koppenberg, maar werd kort daarop bijgehaald door Maertens en De Vlaeminck. Op de Varent kreeg ik een klop van de hamer zoals ik er zelden één gekend heb. Ik was kompleet leeg en moest noodgedwongen opgeven. Een typische fin-de-carrière-opwelling was dat. Je klampt je vast aan een goed moment en je maakt jezelf wijs dat het nog net zo lekker loopt als vroeger. Tot je de rekening geprezenteerd krijgt en moet toegeven dat je niet eerlijk was met jezelf."